VOGELS IN DE TUIN

vogels in de tuinZodra het kouder wordt komen de vogels weer dichter bij huis. Ze gaan nu actief op zoek naar plekken waar ook in koude jaargetijden voedsel te vinden is. Vogels zijn een welkome aanwinst voor de tuinbeleving.

Ze doen zich in het najaar te goed aan vitaminerijke bessen om in goede conditie te komen. Ook de vetlaag wordt maximaal aangevuld om voldoende energie te hebben in de winterperiode.

In echt koude nachten kunnen kleine vogels wel 10 % van hun lichaamsgewicht verliezen. . Door in het najaar al op de behoefte van de vogels in te spelen zullen ze trouwe gasten blijven, de hele winter door.

Wil je goede een gastheer zijn voor de vogels dan moet je tuin voldoen aan de 4 V’s.

Dit staat voor : Voedsel – Veiligheid – Voortplanting – Variatie




VOEDSEL

Strooi vogelvoer. Doe dit bij voorkeur in kleine hoeveelheden. tweemaal per dag, ‘s ochtends en ‘s avonds. Te veel strooivoer gaat bederven en trekt ongedierte aan.

Wees niet bang dat je de vogels daarmee verwendt. Ze zullen zich niet volproppen en ze zullen niet verleren zelf voedsel te vinden.

Voor schuwe vogels zoals heggemus en winterkonig kun je het voedsel het beste op de grondstrooien dicht bij de beplanting.

Mussen zijn dol op broodkruimels. De koolmees en pimpelmees maken graag gebruik van een voedertafel.

waterschaal

Plaats een waterschaal. Veel vogels worden aangetrokken door water. Niet alleen om te komen drinken, maar ook om erin te badderen.

Een brede ondiepe schaal is ideaal. Ververs het water regelmatig en houd het in de winter ijsvrij. Het lokt veel vogels als er in de winter ijsvrij water ter beschikking is.

Gebruik geen warm water. Vogels kunnen zich dan laten verleiden een bad te nemen maar bevriezen daarna.

Plaats de schaal enigszins beschut niet te ver bij de beplanting vandaan bijvoorkeur wel in de zon. Heb je een vijver, zorg dan voor stukje ondiepe oever met een stevige bodem.


VEILIGHEID

Vooral de kleinere vogels hebben graag een schuilplaats waar ze zich snel kunnen verstoppen als er onheil dreigt.

Ze zitten graag tussen bladhoudende heesters of wat dicht groeiende stekelige beplanting zoals hulst berberis, voordoorn, bottelroos.

Ook niet al te dicht groeiende hagen zoals de beuk zijn een goede schuilplaats.  Als gevelbeplanting biedt de klimhortensia een goede plek.

Snoei struiken niet allemaal tegelijk zodat er altijd nog een plekje voor de vogels over blijft. Gebruik snoeihout en afgevallen takken voor een takkenrichel. Daarin zitten vogels beschut.


VOORTPLANTING

nestkast Plaats in het najaar al de nestkastjes voor het komende jaar. Breng kastjes aan op een rustige plek zodat de vogels zich veilig voelen en naar binnen durven. Bij voorkeur een plek niet te dicht bij de woning of het terras.

Het kastje mag niet in de volle zon hangen en de invlieg opening moet op het noord-oosten gericht zijn. De aanvliegroute voor de opening moet vrij zijn van takken. Plaats de kastjes op een hoogte van minimaal 2.00 m.

Voor vogels van dezelfde soort moeten de kastjes minstens 10 meter uit elkaar hangen. Tenzij het kolononiebroeders zijn, zoals de mus, dan kunnen de kastjes zelfs naast elkaar hangen. Voor vogels van verschillende soort kunnen de kastjes 3 m. uit elkaar geplaast worden.

Er zijn ook vogels die geen gebruik zullen maken van nestkastjes. Voorbeelden hiervan zijn de vink, de merel, het roodborstje en de heggemus. Deze vogels broeden graag op een beschutte plek in de beplanting.


VARIATIE

Hierbij moet je denken aan variatie in beplanting. Maak een goede beplantingscombinatie met groenblijvende heesters, besdragende heesters  of heesters met doornen en een dichte vertakking.

Voor de kleine tuin is dit wat minder makkelijk te verwezenlijken. Plant in ieder geval minimaal 1 kleine boom of grove heester in combinatie met een stevige klimplant tegen de schutting of een haag. Pas in de border wat zaadvormende planten zoals kaardenbol, teunisbloem.

herfstbalderenOok variatie in voedselaanbod is belangrijk. Ruim de tuin niet te netjes op. Laat het afgevallen blad zoveel mogelijk liggen er zitten veel diertjes tussen. Laat uitgebloeide planten staan tot het voorjaar. Zaadeters zijn er dol op. En er schuilen veel insecten in.








TIP Hang in het najaar al vetbolletjes op

Recept voor vetbollenvetbol

Smelt drie pond ongezouten rundvet (verkrijgbaar bij slagerijen) of ongezout frituurvet (bijvoorbeeld ossewit) in een pan. Wacht tot het warm is, maar niet heet.

Voeg daar al roerend een mengsel van 6 ons gebroken hennep- en maanzaad en 3 ons zonnepitten aan toe.

Giet de warme brij in een vorm, bijvoorbeeld een blikje, een melkkarton of een theeglas.

Leg daarin, voordat de brij stolt, een stevige katoenen draad die ruim uitsteekt.

Zodra de massa hard is geworden, kunnen de bollen buiten aan de draad worden opgehangen.

Soms is de vetbol moeilijk uit de vorm los te krijgen. Een melkkarton kan rondom worden afgescheurd. Houdt een theeglas of blik even in heet water; de vetbol komt dan gemakkelijk los.

Uiteraard kunnen naar eigen inzichten ook kleinere hoeveelheden worden gebruikt.

Meer PRAKTISCHE TUINTIPS>>>