Water geven in de tuin

Het grootste gedeelte van het jaar zullen de planten in de tuin over voldoende water beschikken. Maar gedurende droge periodes in de zomer is de kans groot dat er toch watertekort optreed en de planten zullen verdrogingsverschijnselen gaan vertonen. Het is dan verleidelijk om regelmatig even te sproeien in de tuin. Alles ziet er dan weer fris uit en de tuin geurt als na een zomerse regenbui. Toch heeft het geen enkele zin om je planten op deze manier te “verwennen”.

Tips over water geven en beplanting

1. Start tijdig met water geven. Dus niet als de bovengrond al sterk uitgedroogd is. Het wateropnemend vermogen van de grond is dan sterk terug gelopen en het kost uren sproeien voordat dit weer hersteld is.

2. Geef per sproeibeurt voldoende water zodat het vocht goed de grond intrekt en de dieper gelegen wortels bereikt. Om de hoeveel dagen je moet sproeien is sterk afhankelijk van de grondkwaliteit , de aard van de beplanting en de wind- en zonintensiteit. In hete droge periodes zul je niet gauw te veel sproeien. Als vuistregel kun je aanhouden om de 2-4 dagen.

3. Maak bij voorkeur gebruik van goede tuinsproeiers met een geleidelijke waterafgifte. Het water krijgt dan de tijd om in de grond te trekken. Voor smalle plantstroken en onder hagen kan druppelleiding of zweetslang een uitkomst bieden.

4. Sproei je bij (felle) zon dan verdampt een groot deel van het water voor het de wortels kan bereiken. Geef daarom bij voorkeur ‘s morgens water. De grond is dan afgekoeld en de planten kunnen er beter van profiteren. ‘s Avonds water geven heeft als nadeel dat planten lang nat blijven waardoor er bij gevoelige planten schimmelvorming kan optreden.

5. Kies de juiste planten. Planten met kleine blaadjes hebben minder water nodig dan planten met grote bladeren. Ook grijsbladige of sterk behaarde planten kunnen goed tegen droogte.

6. Zorg dat het organische stof gehalte in de bodem hoog is. Dan kan de grond gemakkelijk en langer vocht vasthouden. Dit is van uitermate groot belang en hiermee kun je heel veel winnen. Organische stof in de bodem kun je o.a. verhogen door regelmatig compost door te mengen.

7. Zorg voor een losse structuur van de bodem. (Regen)water kan dan gemakkelijk de grond in trekken.

8. Als de grond onbedekt is zorgt schoffelen na een regenbui ervoor dat het vocht in de grond minder snel verdampt. Ook een mulchlaag beperkt de verdamping.

9. Gebruik bij voorkeur regenwater. Plaats regentonnen of verzamelbakken aan regenpijpen van tuinhuisjes, stallen,… Het natuurlijke, gratis, regenwater is goed voor alle planten. In leidingwater zit meer kalk waardoor regenwater ook nog eens beter geschikt is voor zuurminnende planten.

10. Op smalle plantstroken kun je gebruik maken van druppelslang of zweetslang. Het water komt dan direct op de grond en de verspilling is minimaal.
Ook onder hagen is het gebruik van druppelslang ideaal.

11. Het kan zijn dat planten overdag slap gaan hangen in de felle zon. Dit behoeft nog niet te betekenen dat ze het te droog hebben. “s Morgens vroeg als de dauw op de bladeren ligt zien ze er vaak weer florisant uit. Het slap hangen van de planten is een methode om de verdamping te verminderen. Zolang de planten dus alleen overdag bij felle zon slap hangen is er geen reden tot extra water geven.

12. Planten in potten en kuipen hebben maar een beperkte hoeveelheid grond ter beschikking en zijn daardoor snel uitgedroogd. Zeker wanneer ze in de volle zon staan. Geef ze gedurende de dag een extra watergift.

13. Heb je open stukken grond in de tuin, plant daar dan b.v. bodembedekkers. Ze hebben niet alleen een vochtvasthoudende functie maar sluiten ook de grond af voor onkruid.

Meer Praktische Tuintips